Skip to content

Allemaal een rugzak

Veel leerkrachten hebben moeite met 4C. De meeste leerlingen kennen de gang dan ook op hun duimpje. Wat moeten we ermee? Aan de slag met GroepsGeluk.

De leerlingen komen binnen. De meesten gaan lekker onderuit op de stoel zitten, een paar meiden doen wat op hun mobiel en een paar jongens grinniken over een grapje dat één van de drie net maakte. Ze weten waarom dit extra uur GroepsGeluk is ingelast en proberen zich zo ongeïnteresseerd mogelijk voor te doen.

Wanneer alle leerlingen hun poppetje hebben gekozen, zet ieder het in het veld. Als iedereen zijn poppetje op tafel ziet, zien ze groepjes, tweetallen, jongens bij jongens, meisjes bij meisjes. De leerkracht zet het gesprek in over het feit dat duidelijk is dat ze geen gelukkige groep zijn. In een eerdere sessie is besproken om leuke activiteiten in te gaan zetten, maar dit is om één of andere reden nog niet echt van de grond gekomen. Wat mag gezien worden? Is er iemand die iets wil delen? We weten immers allemaal dat ballast die wel gevoeld, maar nog niet zichtbaar gemaakt is, onrust kan veroorzaken.

Allemaal een rugzak

Na enige discussie wat er allemaal het nut van is, legt Berend een picto van boos en bedroefd bij zijn poppetje. Ik wil graag delen dat ik thuis veel ruzie heb met mijn ouders. Er zijn in het verleden dingen gebeurd, waardoor er veel spanningen zijn tussen hen en dit zorgt ervoor dat ik me meerdere keren tussen hen in voel staan. De groep kijkt en luistert aandachtig naar zijn verhaal. Dan volgt Gwen. Ze vertelt dat ze weet dat ze op school vaak erg brutaal en boos reageert ten opzichte van de leerkrachten, maar dat deze boosheid eigenlijk tegen ouders bedoeld is, omdat zij haar niet goed behandelen. De klas is er stil van. Daarna volgt Marlijn. Ze vertelt dat haar moeder depressief is geworden nadat haar vader hen verlaten heeft. Ze vindt het iedere morgen weer moeilijk om naar school te gaan en haar moeder zo achter te laten. Iedereen ziet het verdriet en het is voelbaar in de groep. Dan houdt Karel zijn verhaal. Hij vertelt....

Zo volgt het ene na het andere verhaal en wordt op tafel langzaam zichtbaar dat deze hele groep, deze 25 leerlingen met zware lasten rondlopen. Last die ervoor zorgt dat je eigenlijk geen onbezonnen puber kan zijn, last die te zwaar is, last die je voelt van elkaar, last die nu zichtbaar duidelijk is. Waardoor elkaar troosten en steunen een eerste stap naar verbinding is in de groep. En de tweede is, leren wat niet en wat wel jouw taak is. Ze maken met picto’s en symbolen zichtbaar en de last wordt teruggegeven aan de diegenen, of wanneer dat niet helemaal duidelijk of nog te pijnlijk is, aan de situaties waar het bij hoort. Het uurtje worden er drie, maar het lucht enorm op als je weet wat je voelde en weet wat van jou en van een ander is. In de groep ontstaat begrip, verbinding en vertrouwen.